Stuur door: Afdrukken RSS

21 januari 2010

Uitbreiding banksparen

Per 1 januari 2008 bestaat de mogelijkheid om via een bankspaarvariant fiscaal gefaciliteerd te sparen voor een oudedagsvoorziening in de derde pijler (lijfrenten) en voor de aflossing van de eigenwoningschuld. Via een geblokkeerde spaarrekening bij een bank of via een beleggingsrecht bij een beheerder van een beleggingsinstelling kan geld opzij gezet worden voor de oude dag of voor de aflossing van de eigen woning. Inmiddels hebben veel banken en bank-verzekeraars één of meerdere bankspaarproducten in het productassortiment. Het kabinet introduceert nu tevens een bankspaarvariant voor stamrechten - voor ontslagvergoedingen - en voor uitvaartproducten.

Banksparen voor een oudedagslijfrente en aflossing van de eigenwoningschuld is geïntroduceerd met als doelstelling om de keuzemogelijkheden voor de consument uit te breiden. Daarnaast is in de argumentatie aangegeven dat banksparen via een vergroting van de markt tot meer concurrentie bij financiële aanbieders leidt en daarmee een bijdrage zal leveren aan een grotere transparantie in de kostenstructuren van financiële producten. Voor het kabinet zijn dit belangrijke redenen geweest om vooruitlopend op de evaluatie [40] te onderzoeken of het banksparen kan worden uitgebreid naar andere producten, die tot op heden uitsluitend als verzekeringsproduct te verkrijgen zijn. Hiermee wordt eveneens uitvoering gegeven aan de motie van de leden Remkes en Tang, waarin het kabinet verzocht is onderzoek te doen en voorstellen aan de Kamer voor te leggen om banksparen mogelijk te maken voor meer verzekerings- en spaarproducten dan nu wettelijk geregeld is.[41]

Het kabinet ziet in een fiscaal gefaciliteerde bankspaarvariant voor de stamrechtvrijstelling bij uitstek een gelegenheid om banksparen uit te breiden. Momenteel is het mogelijk om een stamrecht bij een verzekeraar of een eigen BV onder te brengen. Met de introductie van een bankspaarvariant voor stamrechten worden de keuzemogelijkheden van de consument iets te doen met een ontvangen ontslagvergoeding uitgebreid. Vooral voor lage ontslagvergoedingen lijkt de introductie van een bankspaarvariant een waardevolle uitbreiding. Hier zijn naar verwachting minder kosten aan verbonden dan aan een verzekeringsproduct of de oprichtingskosten van een eigen stamrecht BV. Uiteraard worden de voorwaarden voor de bankspaarvariant en de bestaande verzekeringsvariant in evenwicht met elkaar gebracht, om te voorkomen dat één van beide veel aantrekkelijker zou worden dan de ander – wat juist tot verstoring van het gelijke speelveld zou leiden. Daarnaast breidt het kabinet de vrijstelling in box 3 voor overlijdensverzekeringsproducten uit met een bankspaarvariant. Overlijdensverzekeringen bestaan in verschillende vormen. Bij sommige producten is het element van risicosolidariteit – producten waarvan de hoogte, duur en aanvang zeer onzeker zijn – prominenter aanwezig. Dit is bijvoorbeeld het geval bij kapitaalverzekeringen in verband met de financiering van de eigen woning die een verzekerd bedrag ten gevolge van eerder overlijden uitkeren. Bij andere producten is het element van vermogensopbouw belangrijker, zoals bij een uitvaartkoopsompolis. Vooral deze laatste categorie producten lijkt zich goed te lenen voor een bankspaarvariant. Het kabinet maakt het daarom mogelijk dat mensen die – op een geblokkeerde spaarrekening bij een bank – geld opzij zetten om te sparen voor de uitvaart, onder de bestaande vrijstelling in box 3 komen te vallen. Op deze wijze creëert het kabinet tevens een gelijk speelveld tussen producten van verzekeraars en banken die met het overlijden samenhangen.

Niet ieder verzekeringsproduct kan per definitie tot een bankspaarproduct worden omgevormd. Producten waar verzekeringstechnische aspecten een wezenlijk onderdeel van uitmaken, lenen zich ten principale niet voor een bankspaarvariant. Zo zijn producten met een hoge risicosolidariteit – producten waarvan de hoogte, duur en aanvang zeer onzeker zijn – uitsluitend denkbaar in de vorm van een verzekeringsproduct. Om deze reden is ervoor gekozen om voor de arbeidsongeschiktheidslijfrente geen bankspaarvariant te introduceren. Het is immers niet op voorhand duidelijk of en wanneer de arbeidsongeschiktheid zich daadwerkelijk zal voordoen. Hierdoor is op individuele basis niet te bepalen wat in redelijkheid een acceptabel bedrag is om voor dit risico opzij te zetten. De kans is groot dat het bijeengespaarde bedrag ofwel niet nodig is (de arbeidsongeschiktheid doet zich niet voor) ofwel niet toereikend zal blijken te zijn om de inkomensterugval op te vangen. Ook de lijfrente voor het invalide (klein)kind lijkt zich niet goed te lenen voor een bankspaarvariant. Een van de vereisten van deze faciliteit is namelijk dat het om een levenslange uitkering moet gaan. Dan is er dus per definitie sprake van een langlevenrisico. Een fictie voor een minimale uitkeringstermijn gebaseerd op de gemiddelde leeftijdsverwachting – zoals bij de lijfrentespaarrekening en lijfrentebeleggingsrecht – lijkt niet werkbaar, omdat de individuele leeftijdsverwachting, afhankelijk van de aard van de invaliditeit, sterk zal fluctueren.

< Archief

Gratis boek Ontslagvergoeding, mogelijkheden & de stamrecht BV

Binnenkort een ontslagvergoeding?

Nu gratis boek aanvragen!

>
Gratis boek Eenmanszaak, BV of holdingstructuur oprichten

Binnenkort een BV oprichten?

Nu gratis boek aanvragen!

>
Gratis adviesgesprek > Gratis lezingen > Bekijk de videos >

Bel ons

Neem contact op via 0346 555 797
Contactformulier >

RB