Stuur door: Afdrukken RSS

21 januari 2010

Verhouding ondernemers en dga’s

Veel doorgroeiende ondernemers kiezen voor de BV als rechtsvorm. De ondernemer wordt dan fiscaal als dga aangemerkt. De keuze tussen een BV of een IB-onderneming is afhankelijk van individuele voorkeuren en omstandigheden, waarbij naast fiscale ook andere motieven een rol spelen. Andere motieven voor de BV-vorm zijn onder meer commerciële en juridische overwegingen, zoals de beperking van de aansprakelijkheid.

Tussen de fiscale behandeling van IB-ondernemers en dga’s en hun BV bestaan verschillen.
De winst van een IB-ondernemer wordt belast in box 1 van de Wet IB 2001 tegen, rekening houdend met de MKB-winstvrijstelling naar het niveau van 2009, een tarief van maximaal 46,54%. De winst van dga’s wordt bij de BV belast met vennootschapsbelasting tegen een tarief van maximaal 25,5%. Daarbij wordt het zogenoemde gebruikelijke loon van de dga afgetrokken van de winst. Het gebruikelijke loon wordt belast in box 1 van de Wet IB 2001. Als de BV aan de dga winst uitdeelt, wordt vervolgens in box 2 inkomstenbelasting geheven tegen een tarief van 25%.

Door deze verschillen is de fiscale behandeling van ondernemingen niet rechtsvormneutraal. De verschillen tussen beide ondernemingsvormen leiden ertoe dat tot een bepaald winstbedrag, het zogenoemde “omslagpunt”, de IB-onderneming fiscaal voordeliger is en daar boven de BV. Dit effect sluit aan bij de maatschappelijke opvatting dat voor kleinere bedrijven de IB-onderneming en voor grotere bedrijven de BV als meest passende rechtsvorm wordt ervaren. Het omslagpunt is niet eenduidig vast te stellen omdat het per onderneming verschillend is. Het is afhankelijk van tal van factoren, zoals de toepasselijkheid van fiscale faciliteiten, de hoogte van het gebruikelijk loon en de mate waarin de door een BV gemaakte winst wordt ingehouden dan wel wordt uitgedeeld.

Ontwikkelingen in het civiele recht, zoals het wetsvoorstel vereenvoudiging en flexibilisering BV-recht en het wetsvoorstel Personenvennootschappen , maken dat de civiel-juridische vormgeving van ondernemingen steeds flexibeler wordt. Zo wordt de minimumkapitaaleis van € 18 000 voor BV’s afgeschaft. Hierdoor kunnen ook kleinere ondernemingen straks makkelijker in de BV-vorm worden gedreven. Via een rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting zouden ook de fiscale verschillen kunnen worden weggenomen. Daarbij zou kunnen worden gedacht aan een heffing over de winst op het niveau van de onderneming, met daarnaast een aanvullende heffing over de winst die voor consumptie of privé-besparingen wordt aangewend.

Het kabinet ziet een dergelijke rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting als een mogelijk perspectief voor de langere termijn. Het betreft namelijk een aanpassing die gepaard gaat met omvangrijke verdelingseffecten. Zo betekent een dergelijke rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting in principe dat ook IB-ondernemers een gebruikelijk loon moeten verantwoorden. Hoewel kleine ondernemingen eventueel kunnen worden ontzien door een belastingvrije voet, zal deze vanwege de ruimere reikwijdte veel lager moeten zijn dan de huidige zelfstandigenaftrek. Het dichter bij elkaar brengen van IB-ondernemer en dga lijkt alleen mogelijk door het nemen van kleine stapjes waardoor de verdelingseffecten worden uitgesmeerd in de tijd. Wel is het uitgangspunt dat nieuwe maatregelen niet in de weg mogen staan aan een rechtsvormneutrale ondernemingswinstbelasting.

< Archief

Gratis boek Ontslagvergoeding, mogelijkheden & de stamrecht BV

Binnenkort een ontslagvergoeding?

Nu gratis boek aanvragen!

>
Gratis boek Eenmanszaak, BV of holdingstructuur oprichten

Binnenkort een BV oprichten?

Nu gratis boek aanvragen!

>
Gratis adviesgesprek > Gratis lezingen > Bekijk de videos >

Bel ons

Neem contact op via 0346 555 797
Contactformulier >

RB